Myofunctionele stoornis

Een myofunctionele stoornis doet zich voor onder de vorm van de aanwezigheid van een of meerdere afwijkende mondgewoonten die negatieve gevolgen hebben voor het gebit en de articulatie. Een orthodontische aanpassing heeft ten volle nut als ook de foutieve mondgewoonten worden aangepakt. 

We onderscheiden verschillende vormen van myofunctionele stoornissen:

OPEN MONDGEDRAG

 

Normaal is de mond gesloten, rust de tongpunt tegen het harde verhemelte achter de bovenste snijtanden en wordt er langs de neus geademd. Men spreekt van een open mondgedrag indien de mond gedurende de dag regelmatig open is in rust (bv. tijdens het tv kijken). De tongpunt oefent dan geen druk uit tegen het harde verhemelte maar ligt vaak slap onderin de mond en duwt vervolgens met kracht tegen de ondertanden, waardoor deze naar voren worden geduwd. 

Open mondgedrag gaat vaak gepaard met habitueel mondademen. We zien hierbij ook vaak slappe mondspieren. Indien het probleem niet aangepakt wordt, is er een grote kans op een foutieve articulatie en een afwijkende groei van de kaak, tanden en kiezen. 

HABITUEEL MONDADEMEN

Soms is de gewoonte ontstaan om via de mond te ademen in plaats van door de neus en dit terwijl de neus voldoende doorgankelijk is. Men spreekt dan van habitueel mondademen. Wanneer we langs de neus inademen, wordt de (koude) lucht verwarmd, bevochtigd en gereinigd alvorens deze naar de longen gaat. Als we via de mond inademen, kan de neus haar nuttige functie niet vervullen waardoor er een toenemende kans is op een infectie van de keel, de amandelen en het middenoor. Habitueel mondademen heeft tevens een negatieve invloed op de groei van de kaak, tanden en kiezen. 

Een bijkomend gevolg van mondademen, is dat de lippen droog worden en men de gewoonte ontwikkelt om deze te bevochtigen met de tong. Men gaat dan liplikken en vaak ook lipzuigen. 

AFWIJKENDE TONGLIGGING IN RUST

De tongpunt rust hierbij niet achter de bovenste snijtanden tegen het harde verhemelte, maar ligt op de mondbodem, tegen of tussen de tanden of te ver achterin de mond. Doordat de tongpunt haar kracht niet tegen het harde verhemelte kan uitoefenen, kan de stand van de tanden, kiezen alsook de vorm van de kaak negatief beïnvloed worden. 

FOUTIEF SLIKPATROON

We slikken ongeveer 2000 keer per dag. Bij een normaal slikpatroon wordt de tongpunt bovenaan tegen het harde verhemelte geduwd. Een kind met een afwijkend slikpatroon duwt de tong tijdens het slikken met grote kracht tegen of tussen de tanden. Dit wordt ook wel 'tongpersen' genoemd. Dit foutieve slikpatroon zal een negatieve invloed hebben op de vorm van het gebit. 

DUIM-, VINGER- EN SPEENZUIGEN

 

Vanaf de leeftijd van 3 jaar kan het duimen of zuigen op de vingers een negatieve invloed hebben op de stand van de tanden en de vorm van de kaak. Bijgevolg kan de kracht van de spieren in en rond de mond afnemen. De mondspieren worden slap waardoor een open mondgedrag, habitueel mondademen en afwijkend slikken in de hand worden gewerkt. Dit kan leiden tot een afwijkende vorm van het gebit met een foutieve articulatie als gevolg. Kinderen gaan dan vaak hun tong tegen of tussen de tanden duwen bij het praten. 

BEHANDELING 

De behandeling richt zich aanvankelijk op het afleren van het afwijkend mondgedrag, het versterken van de spieren van de mondmusculatuur en vervolgens het aanleren van een correcte ademhaling en tongplaatsing in rust, tijdens het spreken en tijdens het slikken. 

Het is belangrijk dat er vroegtijdig behandeld wordt om eventuele negatieve gevolgen van het afwijkend mondgedrag te beperken. Tijdens de therapie worden er oefeningen aangebracht, maar dagelijks oefenen thuis is noodzakelijk om het gewenste resultaat te bekomen. Het gaat hier immers om een foutieve gewoonte die enkel kan veranderd worden door consequente, dagelijkse training. Een nauwe samenwerking met de tandarts of orthodontist is essentieel. 

Contacteer ons

© Copyright 2021 Vicky Spaenhoven

Adres

Zandstraat 7 bus 5

9170 Sint-Pauwels